Mammacarcinoom (het; o)

Betekenis:

Kankergezwel aan de mamma (borst).

Ontstaan:
Er is geen duidelijke oorzaak aan te wijzen voor het ontstaan van een mammacarcinoom. Er zijn echter wel risicofactoren:

  • Hoge alcoholconsumptie.
  • Langdurig gebruik van de anticonceptiepil op jonge leeftijd.
  • Langdurig toedienen van oestrogeen tijdens de overgang.

Naast bovenstaande risicofactoren die te verhelpen zijn, is gebleken dat er een relatie is tussen vrouwelijke geslachtshormonen en de ontwikkeling van een mammacarcinoom. Groepen mensen wiens risico op het krijgen van een mammacarcinoom is verhoogd:

  • Vrouwen die op jonge leeftijd (voor het 12e levensjaar) zijn gaan menstrueren.
  • Vrouwen die op late leeftijd (na het 55e levensjaar) in de overgang zijn gekomen.
  • Vrouwen die weinig tot geen kinderen hebben gebaard.
  • Vrouwen die niet of nauwelijks borstvoeding hebben gegeven.

Ook de erfelijkheid is een belangrijke risicofactor. De kans op het ontstaan van een mammacarcinoom is verdubbeld als er één eerstegraads familielid is die zelf een geschiedenis met een mammacarcinoom heeft. De kans verviervoudigd zelfs als de patiënt 2 eerstegraads familieleden heeft met een geschiedenis met een mammacarcinoom.

(IJ.D. Jüngen, M.J. Zaagman-van Buuren; Interne geneeskunde en chirurgie; Bohn Stafleu van Loghum; 2009)

Soorten Mammacarcinoom

Er bestaan verscheidene vormen mammacarcinoom, hieronder staan de meest voorkomende.

Locatie:

Er kan onderscheid gemaakt worden in de locatie van de tumor. Als de tumor ontstaat in de ductuli (afvoergangen), dan spreken we van een ductaal carcinoom. De meeste mammacarcinoma zijn ductale carcinoma (75 tot 80%). Als de tumor ontstaat in de lobuli (klierbuisjes), dan spreken we van een lobulair carcinoom. 10 tot 15% van de mammacarcinoma is een lobulair carcinoom. Verder zijn er nog kleine zeldzame tumoren zoals mucineus, papillair en tubulair carcinoom. Deze zijn goed te behandelen.

Begrenzing:

Een ander onderscheid dat gemaakt kan worden is in de begrenzing van de tumor:
De invasieve en de niet invasieve ofwel de in-situ tumor. De in-situ tumoren blijven over het algemeen binnen de klierstructuren van de mamma. De invasieve groeit door in omliggend weefsel. Uit cijfers van het Nationaal kompas blijkt dat in 2008 89,4% van de mammacarcinoma van het invasieve type was. En dus 10,6% van het in-situ type.

Ductaal Carcinoma In Situ (DCIS)

Een DCIS ontstaat door een abnormale toename in borstklierweefselcellen. “DCIS word gezien als voorstadium van infiltrerend mammacarcinoom en de behandeling van de mamma is in principe hetzelfde. De kans op lymfogene metastasering bij DCIS is verwaarloosbaar klein en daarom is nadere diagnostiek (bijvoorbeeld schildwachtklierprocedure) van de oksel niet nodig.” (Radiotherapie bij de oncologische patiënt; J.A.M. Hegeman, A.A. Froma; V.J. de Ru, R.B. Keus, W.V. Dolsma; Elsevier gezondheidszorg, 2010, Bladzijde 61, 2.3 pathologie). DCIS word vaak ontdekt in de mammografie, doordat er microcalcificaties te zien zijn.

Lobulair Carcinoom In Situ (LCIS)

Ook LCIS ontstaat door een abnormale toename in borstklierweefselcellen. LCIS hoeft niet behandeld te worden. Maar moet wel in de gaten worden gehouden door de mammografie. Personen met LCIS hebben een verhoogde kans op een ander carcinoom.

Symptomen:
De volgende symptomen kunnen wijzen op een maligniteit in de mamma:

  • Fixatie aan de huid.
  • Ulceratie (zweren).
  • Een rode huid.
  • Oedeemvorming (de sinaasappelhuid).
  • Ingetrokken tepel.
  • Eczeem van de tepel.
  • Het lekken van bloed.
  • Vergrootte okselklier.

 

Deze symptomen wijzen niet alleen op een maligniteit in de mamma, maar ook naar een benigne afwijking. Deze symptomen geven aan dat nader onderzoek noodzakelijk is.

Prevalentie:

Volgens het nationaalkompas liepen e op 1 januari 2010 11,6 op de 1000 vrouwen rond met een mammacarcinoom. In totaal waren dit 97.214 vrouwen. Dit is gebaseerd op cijfers van de 10 voorgaande jaren. Bij mannen was dit 0,1 per 1000 mannen. Dit komt neer op 571 mannen. (Nationaal Kompas Volksgezondheid, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en milieu, 15 december 2011)

Incidentie:

Het aantal nieuwe gevallen van een mammacarcinoom in 2009 was 13.177. Dit kwam neer op 1,58 per 1000 vrouwen. Er zijn in 2009 ook in totaal 106 mannen gediagnosticeerd met een mammacarcinoom. (Nationaal Kompas Volksgezondheid, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en milieu, 15 december 2011)

Mortaliteit:

De mortaliteit van mammacarcinoom lag in 2010 op 38,3 per 100.000 vrouwen. In totaal waren dit 3213 vrouwen die overleden. Er stierven 32 mannen aan de gevolgen van Mammacarcinoom dit is 0,4 per 100.000 mannen. (Nationaal Kompas Volksgezondheid, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en milieu, 15 december 2011)

BI-RADS

BI-RADS staat voor Breast Imaging Reporting And Data System. En is een internationaal systeem ontwikkeld door het American College of Radiology om aan te kunnen geven hoe gevaarlijk de onderzoekers de uitslag vinden. Deze BI-RADS wordt gebruikt bij zowel de radiodiagnostiek en de echografie. Na elk onderzoek wordt er bepaald welke BI-RADS classificatie er gegeven word aan de laesie. Er zijn 7 Categorieën hieronder beschreven:

Eindcategorieën BI-RADS classificatie

Eindcategorie Omschrijving

0: Additionele beeldvorming geïndiceerd en/of vergelijking met eerdere onderzoeken.

1: Normaal, geen commentaar.

2: Eenduidig benigne bevinding, bijvoorbeeld een cyste, een bekend of verkalkt fibroadenoom of postoperatieve status.

3: Waarschijnlijk benigne: De radioloog denkt dat de laesie benigne is.

4: Waarschijnlijk maligne: Verdacht, maar atypisch. Maligniteit kan niet worden uitgesloten, maar de laesie is niet klassiek.

5: Zeer verdacht voor maligniteit.

6: Pathologisch bewezen maligniteit.

Een BI-RADS 0 is de BI-RADS classificatie die vaak gegeven wordt na een screening. Hierbij word aangegeven dat er aanvullend onderzoek nodig is.

TNM Classificatie:

Om de verschillende mammacarcinoma overzichtelijk te houden zijn er afspraken gemaakt over de TNM Classificatie. Hieronder staat wanneer er sprake is van welke TNM en stadiëring. Hierdoor is het mogelijk om in een oogomslag te zien met wat voor tumor er sprake is. De prognose is sterk afhankelijk van in welk stadium de tumor zich bevind.

T, de primaire tumor
TX Niet vast te stellen
T0 Geen primaire tumor
Tis:
DCIS
LCISPaget
Tumor in situ.Ductaal carcinoom in situ

Lobulair carcinoom in situ

Paget van de tepel, geen tumor.

T1T1mic

T1a

 

T1b

T1c

 

Tumor van 2cm of kleiner.Micro-invasie, niet groter dan 0,1 cm.

Tumor groter dan 0,1 cm, maar kleiner dan 0,5 cm.

Tumor groter dan 0,5 cm, maar kleiner dan 1 cm.

Tumor groter dan 1cm, maar kleiner dan 2 cm.

T2 Tumor groter dan 2cm, maar kleiner dan 5 cm.
T3 Tumor groter dan 5 cm.
T4 

T4a

T4b

 

T4c

T4d

Tumor van elke grootte met uitbreiding in borstwand of huid.Tumor met uitbreiding in borstwand.

Er is sprake van oedeem, of ulceratie van de huid.

Er is sprake van zowel 4a en 4b.

Inflammatioir carcinoom. (ontstoken borstcarcinoom

 

N, Regionale lymfeklieren
NX Niet te beoordelen
N0 Geen regionale kliermetastasen.
N1 Metastasen in mobiele ipsilaterale okselklieren.
N2 

 

N2a

 

N2b

Metastasen in gefixeerde ipsilaterale okselklieren of metastasen in parasternale lymfeklieren.Metastasen in klieren die met andere structuren vergroeid zijn, of in onderling verbakken klieren.

Metastasen alleen in parasternale lymfeklieren.

N3aN3bN3c Subclaviculaire metastasen.Parasternale metastasen en metastasen in oksel.Supraclaviculaire metastasen.

 

M, Metastasen op afstand.
MX Niet te beoordelen.
M0 Geen afstandsmetastasen bewezen.
M1 Er is sprake van afstandsmetastasen.

 

(www.oncoline.nl; TNM Classificatie, Mammacarcinoom; 01-09-2008)

Stadiëring

Stadium 0

Tis

N0

M0

Stadium I

T1

N0

M0

Stadium IIA

T0

N1

M0

T1

N1

M0

T2

N0

M0

Stadium IIB

T2

N1

M0

T3

N0

M0

Stadium IIIA

T0

N2

M0

T1

N2

M0

T2

N2

M0

T3

N1,2

M0

Stadium IIIB

T4

N0,1,2

M0

Stadium IIIC

any T

N3

M0

Stadium IV

any T

any N

M1